CO2-uitstoot


Hoewel de bijdrage van het internationale luchttransport tot de CO2-uitstoot geraamd wordt op slechts 2 à 3% van de totale uitstoot door menselijke activiteit, werd de ICAO belast met de studie van de manier waarop de luchtvaart zou kunnen bijdragen tot het uitstootverminderingsproces.

Er werden drie middelen geïdentificeerd:

  • De technische vooruitgang: Ondanks een indrukwekkende technologische evolutie, compenseert de vooruitgang ter zake de groei van de sector niet.
  • De economische maatregelen: Van de economische maatregelen die worden overwogen om de vermindering van de uitstoot aan te moedigen, bestaat de meest veelbelovende eruit om een mechanisme van emission trading te overwegen, toegepast op het luchttransport. De andere overwogen maatregelen zijn vrijwillige maatregelen zoals de vernieuwing van de vloten door het invoeren van brandstofzuinigere vliegtuigen, die dus minder vervuilend zijn.
  • De verbetering van de procedures: Er werd erkend dat een beter beheer van het luchtruim een vermindering kon bewerkstelligen van de en-route uitstoot met 6 à 12%, met name dankzij het gebruik van meer rechtstreekse routes en verbeteringen van de infrastructuur.

Sinds meerdere jaren hebben Belgocontrol en zijn partners verschillende maatregelen ingevoerd om de uitstoot te beperken:

  • CDM (Collaborative Decision Making): Op Brussel-Nationaal maakt de toepassing van CDM het sinds 2001mogelijk om de uitstoot te beperken dankzij een beter beheer van de bewegingen aan de grond. CDM is een permanente uitwisseling van informatie die het bijvoorbeeld mogelijk maakt om de taxitijden te verkorten, de motoren op het juiste moment te starten en dus het verbruik van de vliegtuigen aan de grond te beperken. Belgocontrol is een van de ANSP's die het verst staan wat betreft CDM, onder andere dankzij de intern gerealiseerde ontwikkelingen van het Airport Movement System (AMS). De luchthaven Brussel-Nationaal is trouwens in juni 2010 na München de 2e "CDM-luchthaven" geworden in Europa. In vergelijking met het jaar 2000, dus vóór de geleidelijke toepassing van CDM, is er in 2010een winst merkbaar voor de taxitijden op Brussel-Nationaal van 7931 uur. Dat komt neer op 29.000 ton CO2 en meer dan 33 ton NOx.
  • CDO (Continuous Descent Operations):Sinds januari 2009 bestudeert Belgocontrol de toepassing van CDO (Continuous Descent Operations) in samenwerking met Eurocontrol, de luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen. CDO is een vluchttechniek waarbij het vliegtuig een daling uitvoert met een minimumaantal tussenhoogtes. Het vliegtuig daalt met minimaal motorvermogen naar gelang de vluchtkarakteristieken en de luchtverkeerssituatie, wat het mogelijk maakt om zowel de geluidshinder als het kerosineverbruik en de uitstoot van broeikasgassen te beperken.

    In september 2010 heeft Belgocontrol samen met Brussels Airlines en Brussels Airport Company het B3-project opgestart, met de steun van SESAR JU. Het B3-projectheeft als doel het bestuderen van de mogelijkheden om het aantal CDO te verhogen. De eerste fase van het project liep van september tot december 2010 en bestond uit het verzamelen van zo veel mogelijk informatie over de dalingsprofielen van de vliegtuigen in verschillende omstandigheden. Het doel was de huidige procedures voor de controle van het luchtverkeer te optimaliseren teneinde zo veel mogelijk CDO te kunnen toestaan aan de piloten. Gedurende de tweede fase zijn de naderingsverkeersleiders CDO blijven toestaan binnen de veiligheidsgrenzen en zijn de verzamelde gegevens geanalyseerd. De resultaten en conclusies van het B3-project zijn in een eindrapport voorgesteld dat op 3 februari 2012 gepubliceerd werd.

    De CDO-procedure voor de luchthaven van Brussel-Nationaal werd gepubliceerd in de AIP op 29 mei 2014 en is van toepassing sinds 26 juni 2014 op de banen 25L, 25R en 19. Niet alle landingen kunnen in CDO gebeuren; de verkeersomstandigheden moeten het toelaten.

    Voordelen van CDO-landingen ten opzichte van de gebruikelijke procedures:

    Type vliegtuig Brandstof CO2-uitstoot Geluid (dB)
    A320 (narrow-body vliegtuig) -50 kg -157 kg -2 dB
    A330 (wide-body vliegtuig) -100 kg -314 kg -3 dB

  • FABEC (Functional Airspace Block Europe Central): Belgocontrol neemt deel aan de verwezenlijking van een gemeenschappelijk Europees luchtruim en is lid van het FABEC dat bestaat uit zes landen – Duitsland, België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland – en zeven verleners van luchtvaartnavigatiediensten (die van de zes landen plus MUAC). Het gemeenschappelijk Europees luchtruim heeft vier prestatiegebieden vastgelegd die verplicht zijn voor de landen en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten. Milieu maakt daar deel van uit en de prestatie-indicator in dat kerngebied is de efficiëntie van de horizontale en-routevluchten. Het doel is dus het verkorten van de vluchttijden door het creëren van zo direct mogelijke routes en door het optimaliseren van het beheer van het netwerk teneinde opstoppingen te voorkomen op vliegroutes, want opstoppingen dat betekent vertragingen, wachttijden voor het landen en dus een verhoogd brandstofverbruik en een verhoogde uitstoot van broeikasgassen.

    Het FABEC heeft twee projecten opgestart om zijn huidige luchtruim te optimaliseren (EIP, Early Implementation Packages) en vier projecten om het luchtruim te herstructureren. De twee EIP, waartoe Belgocontrol zijn expertise heeft bijgedragen, zijn geïmplementeerd in 2010:
    • Het project City Pairs beoogt de inkorting van de 50 minst directe vliegroutes tussen de grote luchthavens van het FABEC. Op basis van de in november 2010 verzamelde gegevens met betrekking tot de 19 routes die toen al gewijzigd waren, loopt de huidige besparing op tot 4000 ton brandstof, wat overeenkomt met meer dan 12.000 tonCO2.
    • Het project Night Network heeft een nachtroutenetwerk uitgestippeld dat de vliegtuigen in staat stelt om een kortere weg te kiezen doormilitaire vliegzones te doorkruisen die 's nachts niet gebruikt worden. Die nieuwe nachtroutes werden in de praktijk al gebruikt en zijn nu officieel en mogen dus ingeschreven worden in de vliegplannen. De milieuvoordelen zijn vergelijkbaar met die van het City Pairs.

    Vier projecten voor de herstructurering van het FABEC-luchtruim worden momenteel uitgewerkt: Project West, CBA Land/Central West, Project Lux, Project South-East. Hun doel is het verbeteren van het vliegnetwerk om de efficiëntie van de vluchten te maximaliseren en dus de milieueffecten van het luchtverkeer te verminderen. Hun implementatie is gepland tussen 2012 et 2016.

    Het FABEC heeft ook aandacht voor de ATFCM/ASM-activiteiten (Air Traffic Flow and Capacity Management/Airspace Management) die strategieën uitwerken om de procedures en de coördinaties te verbeteren, eveneens met de militairen, op het vlak van het FABEC.

    In 2010 heeft het FABEC een nieuwe werkgroep opgericht die zich uitsluitend met het milieu bezighoudt: het Standing Committee Environment (SC ENV). Het SC ENV, dat voorgezeten wordt door Belgocontrol, integreert een milieubeheersysteem in de operationele projecten van het FABEC en ontwikkelt tools voor de evaluatie van de milieueffecten.

    Meer info over het FABEC
  • Een betere samenwerking met onze militaire collega's heeft ons in staat gesteld om het niveau 3 in te voeren van de Flexible Use of Airspace (FUA 3+). Dat betekent dat de militairendrie uur op voorhand militaire luchtruimzones ter beschikking kunnen stellen van de burgerluchtvaart. Door tijdelijk niet-gebruikte militaire zones te doorkruisen, nemen de vliegtuigen een kortere weg waardoor ze hun vliegtijd verminderen, en bijgevolg ook hun verbruik en uitstoot.
  • In januari 2002 heeft Eurocontrol vastgesteld dat het introduceren van zes bijkomende vliegniveaus (RVSM – Reduced Vertical Separation Minima) de CO2-uitstoot met een miljoen ton heeft doen afnemen, wat overeenstemt met drie volledige luchtverkeerdagen in Europa.


Teneinde de toekomstige verkeersleiders gevoelig te maken voor het onderwerp, is het aspect milieu geïntegreerd in de lessen vanaf het begin van de opleiding in ons Training Center. Na hun Basic Training beschikken de kandidaat-verkeersleiders al over een goede basiskennis ter zake.

Het milieu is vandaag één van de vier prestatiegebieden van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Het is een complexe, want erg vervlochten materie. De verlenging van een vertrekroute met het oog op een verbetering van de geluidshinder bijvoorbeeld brengt een stijging van het verbruik met zich mee, en dus ook van de uitstoot van broeikasgassen.

Voor meer informatie over de impact van de luchtvaart op het milieu en over de maatregelen om deze te verminderen, raadpleeg de volgende site: www.enviro.aero

 

Jaarverslag 2016   (3.37 Mb)
Video: Onze missie  
Video: Luchtverkeersleiding - De kerntaak