En-route verkeersleiding - ACC

En-route luchtverkeersleiders vervullen hun taken vanuit controlecentra die Area Control Centers (ACC) worden genoemd. Zij controleren luchtvaartuigen die, na het opstijgen, de eindnaderingszone van een luchthaven (TMA) verlaten tot aan hun aankomst in het luchtruim van de eindnaderingszone van de luchthaven van bestemming. De en-route verkeersleiding heeft dus voornamelijk betrekking op de kruishoogte op de luchtroutes, die toelaten om de eindnaderingszones van een luchthaven te bereiken.

Het is de taak van de en-route verkeersleiders om het vliegtuig te begeleiden tot op zijn vereiste hoogte terwijl ze er tegelijkertijd voor moeten zorgen dat het vliegtuig de veiligheidsafstanden ten opzichte van de andere vliegtuigen respecteert. Daarenboven moet het vliegtuig in een stroom worden gebracht die consistent is met zijn vluchtroute. Deze taak kan echter worden bemoeilijkt door kruisend verkeer, slechte weersomstandigheden, speciale opdrachten die grote delen van het luchtruim vereisen, of druk verkeer. Wanneer het vliegtuig zijn bestemming nadert, moet het controlecentrum de hoogtebeperkingen toepassen, en een verkeersstroom voorzien voor vele bestemmingsluchthavens, hetgeen vermijdt dat alle aankomsten tegelijkertijd gebeuren. Deze beperkingen beginnen vaak al in het midden van de vlucht, wanneer de verkeersleider de luchtvaartuigen met eenzelfde bestemming oplijnt zodat deze, wanneer ze de luchthaven naderen, in sequentie vliegen.

Wanneer een vliegtuig de grens van een ACC controlegebied bereikt, wordt het overgedragen ("handed off') aan het volgende Centrum. In sommige gevallen gaat dit "overdrachtproces" gepaard met een overdracht van identificatie en van gegevens inzake het luchtvaartuig tussen verkeersleiders zodat de luchtverkeersleidingdiensten naadloos op elkaar aansluiten. In andere gevallen kunnen lokale overeenkomsten zorgen voor "stille" overdrachten. Als het verkeer op een overeengekomen manier wordt voorgesteld, is coördinatie immers niet meer vereist. Na de overdracht krijgt de piloot van het luchtvaartuig een andere frequentie om met de volgende verkeersleider te communiceren. Dit proces blijft de hele vlucht voortgaan totdat het vliegtuig wordt overgedragen aan een naderingsverkeersleider (APP).
Belgocontrol beheert het en-route luchtverkeer boven België en een deel van het GroothertogdomLuxemburg tot een hoogte van 24.500 voet vanuit het CANAC 2-centrum in Steenokkerzeel.

Het verkeer dat hoger vliegt dan 24.500 voet wordt gecontroleerd door het luchtverkeersleidingcentrum van Maastricht, beheerd door Eurocontrol.

En-route separaties in nautische mijlen (NM) en voet (ft)

 
AIM Briefing
 

Jaarverslag 2016   (3.37 Mb)
Video: Het luchtruim - De organisatie  
Video: Luchtverkeersleiding - De kerntaak  
CANAC 2: luchtverkeersleiding gericht op performantie   (0.84 Mb)
The Sky within your reach: become an air traffic controller   (0.16 Mb)
De controletoren van Brussel-Nationaal - Voor een optimale veiligheid van het luchtverkeer   (0.63 Mb)